Alternatief geld — Emmef / Economie

Alternatief geldsysteem

Op dit moment wordt het leeuwendeel van het geld in omloop gebracht als schuld aan private banken. Ook het volledige girale betaalsysteem bevindt zich op de balans van deze private banken. De geschiedenis leert dat deze wijze van geldschepping instabiel is. Daarvoor is onderbouwing vanuit de sociale wetenschappen maar het kan ook beredeneerd worden.12 Ik zal proberen een alternatief systeem te beschrijven dat de verantwoordelijkheid van geldcreatie verschuift naar de primaire bank. Het is echter geen full-reserve of goudstandaard-gebonden systeem, noch een systeem waar een centrale macht volledig bepaalt wie een lening krijgt.

Het systeem dat ik beschrijf zit tussen het huidige systeem en dat van volledig publieke geldsystemen zoals die van Ons Geld.34 Het systeem is in wording, dus het kan zijn dat er uiteindelijk niets uitkomt en aanhangers van het huidige systeem zullen zeggen: “Told you so!”

Inhoud

Het alternatief

Om dit geldsysteem te doorgronden, moeten eerst alle aannames over het huidige geldsysteem overboord. Vergeet alles! Alle speciale rollen of privileges van huidige elementen in het systeem, zijn niet meer geldig. Ze worden één voor één opnieuw geïntroduceerd, echter, met als enige overeenkomst de namen die ze nu dragen. De vrijheden en verantwoordelijkheden worden er expliciet aan toegevoegd. Als er dus huidige vrijheden of verantwoordelijkheden ontbreken, dan ontbreken ze: ze mogen niet alsnog verondersteld worden!

Het alternatief hanteert fiat geld. Dit wil zeggen dat de valuta, de geldeenheid, op geen enkele manier gekoppeld is aan onderpand van een waardevaste bezitting, zoals een goudvoorraad. Geld is dus ook niet inwisselbaar voor goud. Geld heeft alleen waarde bij gratie van vertrouwen in de instantie die het uitgeeft. Om allerlei redenen is het uiteraard wel handig als die instantie toch een zekere hoeveelheid onderpand vertegenwoordigd.

Betaalsysteem staat centraal

Geld bestaat alleen op het betaalsysteem of als cash. Het betaalsysteem dient als digitale cash en is net zo betrouwbaar als fysieke cash. De fysieke cash wordt tijdelijk buiten beschouwing gelaten. Het betaalsysteem bestaat uit betaalrekeningen die zich bevinden op de primaire bank. Dit is de enige vorm van geld die bestaat. Een transactie tussen twee betaalrekeningen is een neutrale operatie, omdat de balans van de primaire bank er niet door verandert: het saldo van een rekening wordt verlaagd en dat van een andere tegelijkertijd verhoogd. Als een rekening voldoende saldo heeft, zal een opdracht tot het overschrijven naar een andere rekening onvoorwaardelijk uitgevoerd worden. Hierop wordt later één uitzondering gemaakt. Omdat de primaire bank uit zichzelf niets met saldo's op betaalrekeningen doet, zijn betaalrekeningen dus gegarandeerd risicovrij maar ook rentevrij. Betaalrekeningen worden aangehouden door particulieren, bedrijven en door de overheid. Uiteraard betekent een gegarandeerd betaalsysteem niet dat aangegane financiële verplichtingen niet meer gelden!

Geld als schuld

Onder bepaalde voorwaarden leent de primaire bank op verzoek geld uit aan de houder van een uitleenvergunning. Bij uitlenen wordt het saldo van een betaalrekening, in dit geval de rekening van de vergunninghouder, opgehoogd met een bedrag. Tegelijkertijd wordt een even groot schuldcontract neergezet op de andere kant van de balans. Met deze transactie is, vanuit het perspectief van het betaalsysteem, nieuw geld in omloop gebracht: geldschepping!

Figuur 1: Balans vóór de lening aan vergunninghouder
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totale schuld anderen 1000 Totaalsaldo anderen
Vergunninghouder
0 - 0 -
Anderen
1000 Totaalsaldo 1000 Totale schuld aan primaire bank
Figuur 2: Balans nadat de vergunninghouder 111 van de primaire bank heeft geleend
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totale schuld anderen 1000 Totaalsaldo anderen
111 Schuld van vergunninghouder 111 Saldo vergunninghouder
Vergunninghouder
111 Saldo 111 Schuld aan primaire bank
Anderen
1000 Totaalsaldo 1000 Totale schuld aan primaire bank

De passiva van de primaire bank, de geldhoeveelheid, zijn door deze transactie toegenomen van 1000 tot 1111.

Uitleenvergunning: voorwaarden

De lening bij de primaire bank is vormgegeven als een doorlopend krediet: een lening zonder eindtijd. De verhouding tussen de grootte van het doorlopend krediet en een nog nader te bepalen hoeveelheid "bezittingen" van de vergunninghouder, is de hevel. De primaire bank stelt een maximum aan deze hevel. Aangezien zowel het vergroten van het doorlopend krediet als het verkleinen van de bezittingen zorgen dat de hevel groter wordt, zijn aan beide beperkingen verbonden. Binnen deze beperkingen is de vergunninghouder vrij om te beslissen hoe groot het doorlopend krediet is of de aangehouden bezittingen.

Het rekeningsaldo van de vergunninghouder (minus het uitstaande krediet) maakt onderdeel uit van de "bezittingen". Hieruit volgt dat het hebben van een uitleenvergunning de mogelijkheden tot het overschrijven van geld naar rekeningen van andere rekeninghouders soms beperkt. Dit is de ene uitzondering op het onvoorwaardelijke overboeken tussen betaalrekeningen. Wie goed kijkt, ziet dat de vergunninghouder in de getoonde balans niet voldoet aan de hevel voorwaarde. Er zijn dus nog andere, niet geldelijke bezittingen die op deze balans niet getoond worden. Deze worden voorlopig buiten beschouwing gelaten.

De primaire bank vraagt rente over het doorlopend krediet, die positief afhangt van de hevel. De rente begint laag maar neemt dusdanig toe dat het daadwerkelijk halen van de maximum hevel erg onaantrekkelijk is.5 Hoewel het niet strict noodzakelijk is, kan deze rente als verzekering dienen om doorlopende kredieten van failliete vergunninghouders af te lossen.

De (private) bank

Een bedrijf dat van de primaire bank een uitleenvergunningen krijgt, de vergunninghouder, heet een private bank. In het vervolg staat gewoon “bank” voor “private bank”. Alle andere bedrijven, individuen en waarschijnlijk zelfs de overheid, kunnen niet direct van de primaire bank lenen en zijn derhalve aangewezen op een bank. De primaire bank hoeft op deze manier niet te micro-managen en niet elk individueel krediet te beoordelen. Met de private bank in de plaats van het bedrijf van Figuur 2, ziet de balans er als volgt uit:

Figuur 3: Balans nadat bank X, 111 van de primaire bank heeft geleend
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totaal doorlopend krediet andere banken 1000 Totaalsaldo andere banken
111 Doorlopend krediet van bank X 111 Saldo bank X
Bank X
111 Saldo 111 Doorlopend krediet bij primaire bank
Andere banken
1000 Totaalsaldo 1000 Totaal doorlopend krediet bij primaire bank

Aangezien de primaire bank vooralsnog alleen aan banken uitleent, waren de "Anderen" in Figuur 2 noodzakelijkerwijs ook andere banken die ook een doorlopend krediet bij de primaire bank aanhouden!

Scenario's

Uitlenen door bank

Nogmaals: de primaire bank leent alleen aan banken uit en schept daarmee geld. Banken, lenen uit aan andere bedrijven, particulieren of de overheid.6 Zij scheppen daarmee geen geld maar behouden het volledige initiatief bij de verstrekking van verdere leningen. Stel dat bank X het een goed idee vindt om 50 aan bedrijf Y uit te lenen. Met Figuur 3 als uitgangspunt, ziet de balans er dan als volgt uit:

Figuur 4: Balans nadat bedrijf Y, 50 van bank X heeft geleend
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totaal doorlopend krediet andere banken 1000 Totaalsaldo andere banken
111 Doorlopend krediet van bank X 61 Saldo bank X
50 Saldo bedrijf Y
Bank X
61 Saldo 111 Doorlopend krediet bij primaire bank
50 Schuld van bedrijf Y
Bedrijf Y
50 Saldo 50 Schuld aan bank X
Andere banken
1000 Totaalsaldo 1000 Totaal doorlopend krediet bij primaire bank

Sparen

Stel dat bedrijf Y het geld niet direct nodig heeft en de principaal voorlopig nog niet terugbetaald hoeft te worden. Bedrijf Y zou kunnen besluiten te sparen bij een andere bank. Uitgaande van de vorige balans, is de situatie als volgt:

Figuur 5: Balans nadat bedrijf Y, 20 bij een andere bank heeft gespaard
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totaal doorlopend krediet andere banken 1020 Totaalsaldo andere banken
111 Doorlopend krediet van bank X 61 Saldo bank X
30 Saldo bedrijf Y
Bank X
61 Saldo 111 Doorlopend krediet bij primaire bank
50 Schuld van bedrijf Y
Bedrijf Y
30 Saldo 50 Schuld aan bank X
20 Spaarcontract met andere bank
Andere banken
20 Spaargeld bedrijf Y 20 Spaarcontract bedrijf Y
1000 Overig saldo 1000 Totaal doorlopend krediet bij primaire bank

Banken lenen aan elkaar

Een van de andere banken, kan nu ook aan bank X lenen.

Figuur 6: Balans nadat een bank 100 uitleent aan bank X
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totaal doorlopend krediet andere banken 920 Totaalsaldo andere banken
111 Doorlopend krediet van bank X 161 Saldo bank X
30 Saldo bedrijf Y
Bank X
61 Saldo 111 Doorlopend krediet bij primaire bank
50 Schuld van bedrijf Y
100 Saldo uit lening van andere bank 100 Schuld bij andere bank
Bedrijf Y
30 Saldo 50 Schuld aan bank X
20 Spaarcontract met andere bank
Andere banken
20 Spaargeld bedrijf Y 20 Spaarcontract bedrijf Y
900 Overig saldo 1000 Totaal doorlopend krediet bij primaire bank
100 Lening aan bank X

Bank verkleint doorlopend krediet

En vervolgens zou bank X kunnen besluiten om het doorlopende krediet te verlagen.

Figuur 7: Nadat bank X haar doorlopend krediet verlaagt
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totaal doorlopend krediet andere banken 920 Totaalsaldo andere banken
50 Doorlopend krediet van bank X 100 Saldo bank X
30 Saldo bedrijf Y
Bank X
100 Saldo 50 Doorlopend krediet bij primaire bank
50 Schuld van bedrijf Y
100 Schuld bij andere bank
Bedrijf Y
30 Saldo 50 Schuld aan bank X
20 Spaarcontract met andere bank
Andere banken
20 Spaargeld bedrijf Y 20 Spaarcontract bedrijf Y
900 Overig saldo 1000 Totaal doorlopend krediet bij primaire bank
100 Lening aan bank X

Door het verkleinen van het doorlopend krediet door bank X (met 61), is de totale geld hoeveelheid afgenomen van 1111 tot 1050 (passiva primaire bank).

Overige betalingen

Niet elke transactie gaat gepaard met een wederzijdse schuldovereenkomst op de balansen van de banken en de wederpartijen. Een bedrijf kan bijvoorbeeld salarissen uitbetalen. Uiteraard zal het bedrijf daar elders een reservering voor in de boeken hebben, echter, die staan niet op deze balans. Onderlinge betalingen zijn altijd mogelijk voor partijen zonder uitleenvergunning, zoals de overheid, normale bedrijven of particulieren. Die hebben immers niks met een maximum hevel te maken. Stel dat bedrijf Y precies genoeg geld in huis heeft voor het salaris van de enige werknemer W. Na het uitbetalen van het salaris ziet de balans er als volgt uit.

Figuur 8: Balans nadat bedrijf Y salaris betaalt aan werknemer W
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totaal doorlopend krediet andere banken 920 Totaalsaldo andere banken
50 Doorlopend krediet van bank X 100 Saldo bank X
30 Saldo Werknemer W
Bank X
100 Saldo 50 Doorlopend krediet bij primaire bank
50 Schuld van bedrijf Y
100 Schuld bij andere bank
Bedrijf Y
0 Saldo 50 Schuld aan bank X
20 Spaarcontract met andere bank
Werknemer W
30 Saldo
Andere banken
20 Spaargeld bedrijf Y 20 Spaarcontract bedrijf Y
900 Overig saldo 1000 Totaal doorlopend krediet bij primaire bank
100 Lening aan bank X

Cash

Cash is de fysieke variant van geld op je betaalrekening. Het heeft dezelfde garantie dat als je een bedrag M hebt, je er een transactie van bedrag M mee kan voldoen. Cash wordt door de primaire bank uitgegeven in ruil voor saldo. In dit alternatieve geldsysteem moet een keuze gemaakt worden over wie de cash in omloop brengt bij het publiek. Het ligt voor de hand om cash om te ruilen voor saldo. Indien werknemer W een bedrag van 20 aan cash opneemt, zou dat er als volgt uit kunnen zien.

Figuur 9: De balansen wanneer werknemer W, 20 aan cash opneemt
VOOR
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totaal doorlopend krediet andere banken 970 Totaalsaldo andere banken
30 Saldo Werknemer W
Werknemer W
30 Saldo
Andere banken
970 Overig saldo 1000 Totaal doorlopend krediet bij primaire bank
30 Overige claims op partijen
NA
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totaal doorlopend krediet andere banken 970 Totaalsaldo andere banken
10 Saldo Werknemer W
20 Reserve voor cash
Werknemer W
10 Saldo
20 Cash
Andere banken
970 Overig saldo 1000 Totaal doorlopend krediet bij primaire bank
30 Overige claims op partijen

De cash reserve is per definitie een aggregaat, omdat cash altijd en door iedereen inwisselbaar is.

Volledige deposito bank

Deze vorm van bankieren is zeer simpel in te passen. Een bedrijf zonder uitleenvergunning, de depositobank, houdt een betaalrekening aan, die alleen geld kan uitwisselen met de normale betaalrekening van de rekeningnemer: de tegenrekening. Voor die service kan het bedrijf geld vragen en uiteraard biedt zo'n rekening geen rendement. Een deposito kan ook gewoon een standaardonderdeel van een betaalrekeing zijn: een “vakje” waar men moeilijker bij kan.

Het is mogelijk om het stallen van teveel geld op een depositobank of op een betaalrekening, te ontmoedigen. Bijvoorbeeld door boven een bepaald bedrag per persoon of per FTE voor een bedrijf, een progressieve rente te heffen. Deze kan eventueel in hetzelfde potje komen als de rente op de doorlopende kredieten van banken.

TODO:

Vergelijkingen en kenmerken

Faillissement

Bedrijf Y gaat failliet. Er komen geen inkomsten meer binnen en het laatste saldo is zojuist overgemaakt naar het personeel. Het eerste wat het bedrijf kan doen, is haar spaargeld binnenhalen. Dat dekt echter niet de volledige schuld bij bank X. Omdat werknemer W zijn salaris ontving voor reeds verleende diensten, hebben zowel bedrijf Y als bank X geen enkele claim op werknemer W. Bank X moet de lening van bedrijf Y dus afschrijven. Aangezien Bank X ook geen andere leningen heeft uitstaan, komt er ook geen rente binnen. De primaire bank en de andere banken waar bank X geleend heeft, hebben daar echter geen boodschap aan. Die verwachten hún rente op respectievelijk het doorlopende krediet en de schuld van 100. Deze balans gaat uit van de situatie van Figuur 8.

Figuur 10: Balans nadat bedrijf Y failliet is, uitgaande van Figuur 8
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totaal doorlopend krediet andere banken 900 Totaalsaldo andere banken
50 Doorlopend krediet van bank X 120 Saldo bank X
30 Saldo Werknemer W
Bank X
120 Saldo 50 Doorlopend krediet bij primaire bank
30 Schuld van bedrijf Y 100 Schuld bij andere bank
Werknemer W
30 Saldo
Andere banken
900 Overig saldo 1000 Totaal doorlopend krediet bij primaire bank
100 Lening aan bank X

Stel dat de bank niet levensvatbaar meer is. Het is op dat moment moeilijk om “snel even geld uit de bank te trekken”, vanwege de maximum hevel: een bank die te weinig bezittingen heeft, kan geen geld overmaken naar rekeningen van anderen, inclusief andere banken. Als gevolg is het dan niet mogelijk om nieuwe leningen te verstrekken of spaargeld terug te storten naar de tegenrekening van de spaarder. Effectief heeft de primaire bank het eerste recht om het doorlopend krediet op te eisen. Dat is ook nodig omdat er anders geld in circulatie blijft dat niet terugkomt. Nadat de primaire bank het doorlopend krediet heeft opgeheven, is het wat haar betreft afgewikkeld. Verder zullen de schuldeisers van de bank X eisen dat de bank alle middelen gebruikt om de openstaande schulden zoveel mogelijk af te lossen.

Zelfs wanneer bank X niet in staat was om het doorlopend krediet af te lossen, dan zijn de rente inkomsten van de andere banken geschikt om de zaak af te wikkelen. De primaire bank kan die opgespaard hebben maar kan ook gewoon wachten tot er genoeg is verzameld. Met de verzamelde rente of de rentestroom kan het doorlopende krediet afgelost worden.

Figuur 11: Balans nadat de primaire bank het doorlopend krediet van bank X heeft opgeheven en bank X zoveel mogelijk schuldeisers tegemoet is gekomen
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totaal doorlopend krediet andere banken 970 Totaalsaldo andere banken
30 Saldo Werknemer W
Bank X
0 Saldo 0 Doorlopend krediet bij primaire bank
30 Schuld van bedrijf Y 30 Schuld bij andere bank
Werknemer W
30 Saldo
Andere banken
970 Overig saldo 1000 Totaal doorlopend krediet bij primaire bank
30 Lening aan bank X

De primaire bank heeft bij het afwikkelen van dit proces nooit een probleem. In het geschetste voorbeeld heeft ze immers succesvol het doorlopend krediet opgeheven en het totaal aan saldo's klopt nog steeds met de totale hoeveelheid krediet aan private banken. Ook werknemer W kan gewoon boodschappen doen en rekeningen betalen. De kosten liggen nu bij de andere banken, die het risico hebben genomen om bank X te financieren.

Het risico ligt nu bij de andere banken die geld hebben uitgeleend aan Bank X. Echter, bank X had ook 110 aan spaargeld kunnen aantrekken van spaarder S:

Figuur 12: De balans nadat bank X heeft geleend van spaarder S (in plaats van een andere bank), waarna bedrijf Y en bank X failliet gaan
Activa   Passiva
Primaire bank
1000 Totaal doorlopend krediet andere banken 970 Totaalsaldo andere banken
30 Saldo Werknemer W
Bank X
0 Saldo 0 Doorlopend krediet bij primaire bank
30 Schuld van bedrijf Y 30 Spaartegoed van spaarder S
Spaarder S
30 Spaartegoed bij bank X
Werknemer W
30 Saldo
Andere banken
970 Overig saldo 1000 Totaal doorlopend krediet bij primaire bank
30 Overige claims op partijen*
* Spaarder S kan natuurlijk nooit geld gespaard hebben dat niet eerst door een andere bank is uitgeleend. De andere banken moeten op een eerder moment reeds geld in omloop hebben gebracht, dat dan uiteindelijk via spaarder S bij bank X en uiteindelijk bedrijf Y terecht is gekomen.

In de beschreven scenario's zijn de risiconemers steeds de klos: in het eerste geval de overige banken en in het tweede geval spaarder S. Voor de primaire bank is het in ieder geval een zaak tussen de partijen onderling geworden. Bovendien heeft de primaire bank altijd nog een potje rente die aangewend kan worden om de pijn te verzachten. Dat zal ze als het goed is niet doen, omdat dit de kosten op iedereen zou afwenden en niet alleen op de partijen die risico namen.

De risiconemer betaalt

Zoals aangegeven bij Faillissement: de kosten van een slechte investering liggen consequent bij de partij die risico neemt. Ten eerste ligt het risico bij bank X die krediet heeft verstrekt aan bedrijf Y. Dat risico propageert vervolgens door naar de spaarder(s) of andere financiers van Bank X.

Een partij zonder uitleenvergunning die een dienst heeft geleverd, kan het geld dat daarvoor ontvangen is op de betaalrekening altijd uitgeven. Werknemer W kan dus gewoon het saldo op de betaalrekening aanwenden om boodschappen of rekeningen te betalen. Hetzelfde geldt voor bedrijven zonder uitleenvergunning en de overheid. Werknemer W hoeft er namelijk niet voor te kiezen om zijn inkomsten te beleggen, investeren of op een spaarrekening bij een bank te zetten. Het gevolg van die keuze is dat werknemer W geen enkel rendement maakt, maar ook geen enkel risico loopt.

Natuurlijk zal er ook collateral zijn. Via via kan het salaris van een werknemer afhangen van de bank die is omgevallen. Echter: collateral werkt in beide systemen hetzelfde. Dat kan dus niet als vergelijkend superioriteitsargument gebruikt worden.

Kijk verder dan de balans

In het bovenstaande, simpele voorbeeld, lijkt het alsof werknemer W het hele geldsysteem kan frustreren. Zou het toegestaan moeten worden dat mensen geld op een betaalrekening laten staan? De balans an sich lijkt aan te geven dat er een gevaar is voor geld dat op publieke rekeningen staat. De banken hebben dan een tekort op hun geaggregeerde balans. Die bestaat echter niet, want banken zijn in het alternatieve systemen gescheiden bedrijven die "toevallig" een uitleenvergunning hebben.

Voor the sake of argument, stel dat de geaggregeerde balans van de banken een probleem heeft. Een balans is een grove versimpeling van de werkelijkheid. Ten eerste beschrijven balansen noodzakelijkerwijs een micro-economisch systeem. De macro economie past niet op een balans die voor de gemiddelde mensen leesbaar is. Ten tweede, negeert de balans tijd. Zelfs als de geaggregeerde som van alle werknemer-saldo's constant zou zijn, vindt er in werkelijkheid een continue stroom van geld plaats. Het geld dat W uitgeeft, zal elders een principaal aflossen of de rente betalen. Daarnaast vinden er tegelijkertijd nog miljoenen andere transacties en scenario's plaats. De kans is bijna 100% en waarschijnlijk niet kleiner dan in het huidige systeem, dat het probleem vanzelf wordt opgelost. Deze oplossing leidt wel tot dezelfde geldgroei als in het huidige systeem.2

Verder is het altijd mogelijk om een deel van het geld publiek en zonder schuld in omloop te brengen, zodat het stallen op betaalrekeningen geen probleem is. Een deel van de rente op de doorlopende kredieten kan bijvoorbeeld gebruikt worden als “volksdividend”, rechtstreeks geïnvesteerd worden in nuts-projecten of om de kosten van het betaalsysteem te dekken. Dit zijn echter politieke keuzes die eventueel aan het systeem kunnen worden toegevoegd.

Schijnvoordelen van het huidige systeem

Als voordeel van het huidige geldsysteem wordt vaak genoemd dat alle betaalrekeningen zich ook op de geaggregeerde balans van de private banken bevinden. De geaggregeerde balans van alle private banken is dan altijd in evenwicht en er is dus ook een mathematische zekerheid dat een bank die tekort heeft, geld van een andere bank kan lenen. Ook hier geldt dat dit een te eenvoudige voorstelling van zaken is.

Als de mathematische zekerheid op de geaggregeerde balans in werkelijkheid geldt, zou de bankensector nooit in de problemen kunnen komen. Dat is, zacht gezegd, in strijd met de werkelijkheid. Vaak spelen vooronderstellingen hierbij een rol. Die vooronderstellingen zijn vaak niet eens bewust. De eerste veronderstelling is dat alle betrokken partijen direct en op het zelfde moment over alle informatie beschikken. De tweede veronderstelling is dat het systeem met een statische balans kan worden beschreven, zonder rekening te houden met de dynamiek in werkelijkheid. De derde veronderstelling is dat de betrokken partijen de rekencapaciteit hebben, rekencapaciteit om op tijd de ideale oplossing te formuleren van een immens, dynamisch probleem op basis van de meest rationele keuzes. De vierde veronderstelling is die rationaliteit.7 Als deze vooronderstellingen in werkelijkheid gelden, dan en slechts dan is de balans een bruikbaar en voldoende model. De praktijk leert partijen ook gestuurd worden door intuïtie en emoties als “vertrouwen” en dat ze niet altijd aan elkaar uitlenen.

Een partij die weigert uit te lenen als dat nodig zou zijn, is balanstechnisch gelijk aan werknemer W die weigert bank X te redden, ook al heeft hij daarvoor genoeg saldo op zijn rekening. En soms lenen partijen teveel uit.

Er is ook een groot nadeel aan betaalrekeningen op de geaggregeerde balans van de banken. Als een bank failliet gaat, gaan ook de betaalrekeningen op slot. Het saldo op een betaalrekening is immers een claim op de bank waar de rekening wordt aangehouden. In tegenstelling tot het afwikkelen van bank X in bovenstaande voorbeelden, zal werknemer W met een rekening bij bank X, zijn rekeningen niet kunnen betalen. Een bedrijf met een betaalrekening op bank X kan ook de dagelijkse bedrijfsvoering niet meer doen. Het kan zelfs zo zijn dat het afwikkelen van bank X resulteert in het confisqueren van het saldo! Daar moeten nu weer allerlei garantieregelingen tegenover staan. Die kosten tijd en zijn onvolledig.

Als gevolg kan een falende, grote bank het volledige betaalverkeer plat kan gooien. Het betaalsysteem is essentieel voor de reële economie. Dit kan zomaar betekenen dat de bank gered moet worden. Dit heeft drie grote nadelen. Ten eerste zal de staat hiervoor een schuld aan moeten gaan. Hiermee komt meer geld in omloop zonder dat er waarde wordt toegevoegd: geldontwaarding. Iedereen draait hier voor op, ook werknemer W die gewoon werkt voor zijn geld en helemaal geen risico wil nemen. Ten tweede verstoort een redding de markt, omdat een incapabel bedrijf in leven wordt gehouden.

Werknemer W is nu verplicht om een betaalrekening op de balans van een bank te nemen en gaat hiermee ongevraagd risico aan. In het alternatieve systeem draaien alleen de mensen, bedrijven en banken die risico nemen voor de kosten op. Dat lijkt me wel zo netjes.

Het voordeel van alles op de geaggregeerde balans is een schijnvoordeel.